|
|
Kunstenaars op vakantie ...
of op zoek naar inspiratie?
Vakantie of studiereis? Door de eeuwen heen voelden kunstenaars de noodzaak om over hun eigen grenzen te kijken om zich te laten inspireren door ander licht, andere kleuren, andere landschappen.
Museum Kranenburgh toont van 11 augustus t/m 17 januari 2010 de resultaten van deze wijde blik, van een groot aantal Bergense School schilders en hun tijdgenoten, in de entoonstelling 'Kunstenaars op vakantie ... of op zoek naar inspiratie?'
Gastconservator is Renée Smithuis.
Over de vermenging van inspiratie en vakantie gaat deze tentoonstelling. Want zo'n reis zal, naast de ernst van het werk, ook de nodige ontspanning hebben gebracht en dat noemen we dan vakantie.
Legio zijn de voorbeelden: Matthieu Wiegman, Dirk Filarski, Leo Gestel, Jan van Heel, Harrie Kuijten, Harmen Meurs, Adriaan Lubbers, Germ de Jong en vele, vele anderen. Een veertigtal kunstenaars neemt u mee naar hun favoriete vakantielanden, naar hun bronnen van inspiratie. |


|

"POLDER LANDSCHAPPEN II "
17-07-2009 tot 18-01-2010
Het Noord-Hollandse landschap was een geliefkoosd onderwerp voor de schilders van de Bergense School en daarin nam het polderlandschap een belangrijke plaats in. Vooral Colnot was bij uitstek een schilder die prachtige schilderijen van Noord-Hollandse polderlandschappen heeft gemaakt.
Zijn werk is dan ook ruim vertegenwoordigd op de expositie. In 1931 kreeg Colnot de opdracht van het Polderbestuur van de Schermer om, voordat 49 molens zouden moeten wijken voor een elektrisch gemaal, de markantste hiervan te vereeuwigen. Deze schilderijen, die nu eigendom zijn van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, zijn op deze tentoonstelling aanwezig.

Polders en duinen
Uniek bij de schilders van de Bergense School zijn de overgangen van polders naar duinen. Hiervan zijn diverse voorbeelden op de expositie te zien, zoals Gezicht op Groet van Jaap Weijand (1886-1960), Gezicht op Groet van Jan Wiegers (1893-1959) en de Bergermeer van Colnot. Een heel andere kijk op de polder geeft Leo Gestel (1881-1941) met zijn Boomgaard in de Beemster en zijn Koolakkers. |
Klik HIER voor een uitgebreide beschrijving. |

LINKS II

|
Een beeldententoonstelling in samenwerking tussen het Kunstenaarscentrum Bergen en museum Kranenburgh. Van 17 mei tot en met 25 oktober 2009 in de tuin van het museum als een vervolg op de expositie Links! die in 2004-2005 plaatsvond.
Bergen heeft een rijk verleden op het gebied van de kunsten, iets waarop de Bergenaren met recht trots zijn. In 1993 is Museum Kranenburgh opgericht met het doel dit erfgoed te koesteren en te bewaren. |
Het museum is echter niet alleen een schatkamer van kunst uit het roemruchte verleden en richt zich ook op de hedendaagse kunst. In het kader hiervan heeft het Kunstenaarscentrum Bergen (KCB) als gastconservator een tentoonstelling in de beeldentuin van het museum ingericht. Het KCB biedt sinds 1947 onderdak aan hedendaagse kunsten en is uitgegroeid tot een brede kunstenaarsvereniging die kunstenaars uit diverse disciplines verenigt.
De KCB-leden die exposeren zijn:
Liesbeth Bijwaard, Ellen de Groot, Joop Haring, Jan van der Haven, Otto Heuvelink,
Aad Hoetjes, Joop Hollanders, Sies van Hoorn-Vrasdonk, Roland de Jong Orlando,
Linda Mekkes, GeertJan van Meurs, Ron Moret, Frank Porcelijn, Carla Rump, Petra Talsma,
Jan Willem Readecker, Ingerid Opstelten, Lies van der Sluis en Nico van Stralen.
Hun werk gaat een dialoog aan met de beelden in de collectie van Museum Kranenburgh. |

Chr. J. van Geel (1917-1974)
"HET MOOISTE LEEFT IN DOODSGEVAAR"

|
In deze tentoonstelling wordt duidelijk gemaakt dat Van Geel een begaafd dichter en beeldend kunstenaar was. Ook zijn plaats als verbindingsfiguur in het toenmalig literaire en artistieke leven van zijn tijd wordt toegelicht. Van zijn vele contacten uit de periode 1938-1974 noemen we slechts Vasalis, Jan Hanlo, Nescio, Judith Herzberg, naast Moesman, Raedecker, Armando, Bernlef en Schippers. Van Geel woonde het grootste deel van zijn leven te midden van de natuur in Groet N.-H. en dat komt vooral in zijn gedichten tot uitdrukking. Zijn beeldende kunst omvat diverse perioden, die chronologisch aangegeven worden. Er wordt veel aandacht |
besteed aan zijn surrealistische werk, dat tot op heden vrij onbekend is gebleven. Nooit getoonde bijzondere boekuitgaven, brieven en foto’s zullen de tentoonstelling completeren
De vooroorlogse periode
In de jaren dertig werd Van Geel gevormd door twee heel verschillende stromingen. Als schilder voelde hij zich verwant aan het internationale surrealisme, als dichter stond hij dichtbij het Nederlandse Forum. Met fotograaf Emiel van Moerkerken behoorde hij tot de jongste surrealisten en dat vond zijn weerslag in exposities tussen 1938 en 1942 in het Stedelijk Museum van Amsterdam.
De naoorlogse periode
In de periode na de oorlog brak in de schilderkunst COBRA door en in de letterkunde De Vijftigers. Het surrealisme ging op in het modernisme waarbij men vergat dat dit al voor de oorlog een zelfstandige richting was. Ogenschijnlijk is daardoor een breuk tussen oud en nieuw ontstaan maar nu men meer zicht heeft op het werk van Van Geel (ook omdat hij twee kunstdisciplines vertegenwoordigt) blijkt dat het juist Van Geel is die bij uitstek een scharnierfunctie vertolkt tussen de oude en nieuwe kunst, tussen de voor- en de naoorlogse periode.
Begeleidend materiaal
Bij de tentoonstelling verzorgt het literaire tijdschrift De Parelduiker een themanummer over het leven en het werk van Chr. J. van Geel.
Gelijktijdig verschijnt bij Uitgeverij Van Oorschot een bloemlezing uit de gedichten van
Chr. J. van Geel: “Het mooiste leeft in doodsgevaar”, gekozen en ingeleid door Willem Jan Otten.
Voor info of beeldmateriaal: Melany Brunings, tel. 072-5898927 brunings@museumkranenburgh.nl; Elly de Waard, gastconservator tel. 0251-655145 e.de.waard13@kpnplanet.nl |

"bergen geestgrond"
De combinatie Bergen en kunst doet direct denken aan de Bergense School, de groep kunstenaars die aan het begin van de vorige eeuw furore maakten met veelal expressieve, donkere schilderijen. Namen als Leo Gestel, Matthieu Wiegman, Dirk Filarski en Charley Toorop zijn voor altijd met het Noord-Hollandse dorp verknoopt.
Maar ook in de decennia daarna bleef Bergen op de kunstkaart. Van Adriaan van Dis tot Joost Zwagerman, van Guus Janssen tot Thé Lau, van Emo Verkerk tot Rob Scholte; in de tweede helft van de twintigste eeuw
|
 |
groeiden ze op in de driehoek Bergen, Alkmaar, Heiloo. De onderlinge contacten waren intensief. Bindende factor: kunst van hoog niveau.
Met een tentoonstelling, een boek, een cd en een film wil het project Bergen | Geestgrond laten zien wat de kunstenaars inspireerde en nog steeds inspireert. Bergen en omgeving vormt de ‘geestgrond’, ook voor een nieuwe generatie. Het accent van de presentatie ligt op de gemeenschappelijke projecten van de deelnemers.
Behalve de expositie in museum Kranenburgh geven de schrijvers en dichters lezingen en klinkt er muziek van de componisten en musici. Ook maakt een educatief programma onderdeel uit van het project. Want Bergen kan ook als broedplaats dienen voor een volgende generatie kunstenaars.
De volgende kunstenaars zullen meewerken aan het project: |
Schrijvers/
dichters:
Pieter Boskma
Adriaan van Dis
Neeltje Maria Min
Dirk van Weelden
Joost Zwagerman
Cineaste:
Sylvia Holstijn |
Beeldend kunstenaars:
Pieter Bijwaard
Rik Fernhout
Wim Janssen
Rob Scholte
Brecht
Maurice
van
Tellingen
Emo Verkerk
Harald Vlugt |
Componisten/
muzikanten:
Edzard Dideric
Luuk de Haan
Guus Janssen
Thé Lau
Maarten van Roozendaal
Poet Stunt
JP den Tex
Daan van West
Marc Winder |
Het project Bergen | Geestgrond vindt plaats van 14 april tot 11 juli 2009 (i.p.v. 13 juli) in museum Kranenburgh in Bergen NH. De organisatie is in handen van de Stichting Bergen als Geestgrond.
Het project is mede mogelijk gemaakt door:
TAQA Energy BV, Prins Bernhard Cultuurfonds NH, Gemeente Bergen NH, Elektrokern Schuurman, Stichting Victor Heiloo, Stichting A. Roland Holstfonds, Friesland Bank
Kijk voor meer informatie en/of beeldmateriaal op www.bergenalsgeestgrond.nl en www.museumkranenburgh.nl.
|

Charley Toorop (1891-1955)
"WERKEN OP PAPIER"

|
Charley Toorop (1891-1955) schilderde niet alleen, ze tekende ook en maakte af en toe grafiek. Museum Kranenburgh (Bergen nh) toont van 11 november 2008 t/m 5 april 2009 een selectie van haar werken op papier. Toorop was in de eerste plaats schilder. De werken op papier bieden evenwel een verrassende andere kijk op Toorops kunstenaarschap. In museum Kranenburgh is eenderde van dit segment van haar oeuvre te zien.
Grafische technieken: een experiment
De grafische technieken beoefende ze bij vlagen rond het midden van de jaren |
twintig. Haar vader had haar gestimuleerd om het etsen eens te proberen en haar het werken met de droge naald aangeraden: dat was niet gecompliceerd en gaf een direct resultaat. Eind jaren twintig vroeg kunsthandelaar G.J. Nieuwenhuizen Segaar haar om litho’s te maken. Beide technieken waren voor Charley experimenten en hoewel ze over de resultaten tevreden was, bleef haar beoefening ervan beperkt tot incidenten.
Portretopdrachten voor Beemster boeren
Anders lag het met de tekenkunst. Toorop gebruikte zwart krijt of houtskool, middelen die, in tegenstelling tot de grafische technieken, gemakkelijk correcties toelieten. Haar tekeningen van de jaren tien en twintig zijn zwaar getoonzet en hebben een bijzondere, eigen sfeer. Ze poetste veel, niet alleen om fouten weg te werken maar vooral vanwege het effect. Toorop tekende vooral aan het begin van haar kunstenaarscarrière en tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog, toen zij op last van de Duitse bezetter haar huis in Bergen had moeten verlaten. Zij werd toen geplaagd door geldzorgen en probeerde overal portretopdrachten los te peuteren. Bij boeren in de Beemster vond ze gehoor.
Henriëtte en Adriaan Roland Holst
De tekeningen die Charley Toorop in de oorlogsjaren maakte getuigen van een grote technische beheersing. Het portret van de hoogbejaarde Henriëtte Holst-Van der Schalk (1943) is prachtig geserreerd. Charley bewonderde haar om haar onverzettelijke mentaliteit. Het portret van de dichter Adriaan Roland Holst is daarentegen veel minder geslaagd. Weliswaar was hij een oude vriend van de kunstenares, maar toen ze deze portretopdracht kreeg had ze nog maar weinig met hem op. Ze had hem in de oorlog ‘slap’ gevonden en vond dat hij geen ruggengraat had. Werd haar portret van hem daarom zo miezerig?
Hoe dan ook: Charley Toorop toonde altijd haar eigen visie. En daarin haar karakter.
Vooral geen principes!
Deels in dezelfde periode (27 september 2008 – 18 januari 2009) toont museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, een grote overzichtstentoonstelling met honderdtien schilderijen onder de titel Vooral geen principes! Charley Toorop.
|

"Vrouwenaanbod, Vrouwen aan bod"
Onder de titel Vrouwenaanbod, Vrouwen aan bod toont museum Kranenburgh van
16 december 2008 t/m 5 april 2009 kunstwerken van vrouwen die de jaren twintig van de vorige eeuw een heel vernieuwend gezicht gaven. Drie vrouwen nemen in deze expositie een centrale plaats in. Een van hen, Else Berg (1877-1942) zal bij velen bekend zijn. De werken van de andere, eveneens zeer vernieuwende, schilderessen zijn minder bekend, maar des te verrassender. Het zijn Jemmy van Hoboken (1900-1962) en Edle Alma-Saxlund (1886-1980).
|

|
Even vooruitstrevend
Naast de werken van deze opmerkelijke schilderessen is ook werk te zien van een aantal bijzondere collegae, alles ontstaan in de jaren twintig, zoals onder anderen Lou Loeber, Anna Maria Blaupot ten Cate, Jacoba van Heemskerck, Lilly van Velde-Kloeker, Engelien Reitsma Valença Charley Toorop en Anna Sluyter.
Te zien is dat zij in vooruitstrevendheid beslist niet onderdeden voor hun mannelijke collega’s.
Charley Toorop
In de Nieuwe Zaal van museum Kranenburgh is de tentoonstelling Charley Toorop, Werken op papier te zien, van 11 november 2008 t/m 5 april 2009. ‘Vrouwen aan bod’ sluit hierbij dus mooi aan. Onder de titel Vooral geen principes! Is in museum Boymans van Beuningen in Rotterdam een overzichtsexpositie te zien van het geschilderde werk van Charley Toorop (27 september 2008 – 18 januari 2009).
Catalogus
De begeleidende catalogus is geschreven door een drietal kunsthistorici, Linda Horn, Joseline de Koning en Beks Oppers. De eindredactie berustte bij Renée Smithuis, die tevens de samenstelster is van de tentoonstelling.
|

Jeanne Oosting Prijs in museum Kranenburgh
Van 11 november t/m 7 december 2008 toont museum Kranenburgh een expositie van het werk van de twee prijswinnaars 2008 van de Jeanne Oosting Stichting, de schilder Paul Nassenstein en de aquarellist Sipke Huismans. De Jeanne Oosting Prijs is een jaarlijkse prijs die schilderes en grafica Jeanne Bieruma Oosting (1898 – 1994) uit haar persoonlijke middelen in 1970 heeft ingesteld.
Vernieuwer van de Nederlandse grafische kunst
Jonkvrouw Adriana Johanna Wilhelmina (Jeanne) Bieruma Oosting werd geboren in Leeuwarden, als telg van een aristocratisch Fries geslacht. Al op jonge leeftijd gaf zij blijk van een buitengewoon talent voor tekenen en schilderen. Zij wordt gerekend tot de vernieuwers van de Nederlandse grafische kunst van de twintigste eeuw. Zij was een van de eerste Nederlandse kunstenaars die zelf met de lithotechniek (steendruk) experimenteerde. Zij bleef werken tot zij negentig was. Als lid van Arti et Amicitiae (Amsterdam) bezocht zij nog tot op hoge leeftijd de ledenvergaderingen.
Prijzen voor figuratieve kunst
Vanaf 1970 worden jaarlijks twee prijzen uitgereikt aan figuratief werkende kunstenaars, één voor de olieverfkunst en één voor de aquarelleerkunst. Met haar overlijden in 1994 is bij testamentaire beschikking de Jeanne Oosting Stichting opgericht die de prijstoekenning voortzet. De prijzen bestaan uit een geldbedrag en een bronzen medaille naar ontwerp van Eric Claus. Tevens wordt de bekroonden een expositie in een Nederlands museum aangeboden.
Toekenning Jeanne Oostingprijs 2008
De prijsuitreiking aan de kunstenaars Paul Nassenstein en Sipke Huismans – beiden werkend in Amsterdam – en de publicatie van het juryrapport vinden plaats bij de opening van de tentoonstelling in museum Kranenburgh op dinsdag 11 november 2008.
Eerdere prijswinnaars van de Jeanne Oostingprijs waren o.a. Gijs Assmann, Philip Akkerman, Elisabeth de Vaal, Ronald Ophuis, Dora Dolz en Gé-Karel van der Sterren.
Een greep uit de musea waar het werk van eerdere prijswinnaars werd geëxposeerd: Centraal Museum Utrecht, Museum De Wieger Deurne, Henriette Polak Museum Zutphen, Museum voor Moderne Kunst Arnhem en het Fries Museum Leeuwarden.

Stadion, Paul Nassenstein

Bergense School, portretten uit eigen collectie.
Van 11 november – 7 december 2008 is in museum Kranenburgh de expositie
Bergense School, portretten uit eigen collectie te zien. Al lang bestaat de wens van
zowel bezoekers als medewerkers om weer eens een flink aantal stukken vanuit
het depot in de schijnwerpers te zetten. Getoond worden ruim dertig werken van
kunstenaars van de Bergense School – en van een aantal tijdgenoten –, zoals
Gerrit van Blaaderen, Arnout Colnot, Leo Gestel, Henri ten Holt, Jan Sluijters en
Matthieu Wiegman.
Schenkingen
Een tiental schenkingen in de afgelopen jaren maakt deel uit van de tentoonstelling.
Deze gulle gaven van betrokken particulieren zijn een welkome aanvulling op de
collectie Bergense School, die al bestond vóór de oprichting van het museum,
het zogenoemde NHKC.
Bergense School op zaal
Hetligt in de bedoeling van Museum Kranenburgh dat in de toekomst een deel avn de collectie Bergense School steeds te zien zal zijn, naast de reguliere tentoonstellingen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens en verwachting van de meeste bezoekers van museum Kranenburgh.
D.A. Klomp en ‘De Bergensche School’
De grote belangstelling voor de Bergense School heeft ertoe geleid dat museum Kranenburgh het initiatief heeft opgevat om een heruitgave van de beroemde ‘Klomp’ (1943 en 1995) tot stand te laten komen. De verwachting is dat dit initiatief binnen afzienbare tijd tot resultaat zal leiden.
|

Arnout Colnot: Portret Clara |

Lustrum-expositie "FEEST".
FEEST, van Carnaval tot Kerst: een bonte inventarisatie van de vorige eeuw
Museum Kranenburgh (Bergen, nh), viert dit jaar haar vijftienjarig bestaan, een reden tot Feest! Van 24 juni t/m 2 november 2008 zal daarom in het museum een tentoonstelling te zien zijn met meer dan tachtig schilderijen die even zovele feesten in beeld brengen, onder de uitnodigende titel FEEST, van Carnaval tot Kerst: een bonte inventarisatie van de vorige eeuw.
Buikdanseressen en Balalaikaspelers
Alle mogelijke feesten die in de vorige eeuw werden gevierd zijn door kunstenaars uit die tijd verbeeld. Er zijn feesten uit de eerste decennia van de twintigste eeuw en feesten die pas later in zwang kwamen. We krijgen een vrolijk beeld van de eeuw die achter ons ligt, van Hartjesdag in de Jordaan, Bevrijdingsfeest, Palmpasen, Balalaikaspelers, Buikdanseressen, Carnaval en Ker(st)mis. Er is werk te zien van Isaac Israëls, Piet van der Hem, Herbert Fiedler, Stien Eelsingh, Isidore van Mens, Geer van Velde en vele andere kunstenaars. |

|
Een bonte stoet in kleur
De tentoonstelling wordt begeleid door een catalogus waarin de bonte stoet aan feesten in kleur wordt afgebeeld, vergezeld van een informatieve tekst van Renée Smithuis, die tevens de samenstelster is van de tentoonstelling.
Catalogus: prijs € 18,50

Bernard Essers, 1893 -1945

(Foto en deel van de tekst uit brochure van uitgeverij Waanders) |
Tegelijk met de tentoonstelling Feest! presenteert museum Kranenburgh (Bergen, nh) van 24 juni t/m met 2 november 2008 een expositie van grafiek en tekeningen van Bernard Essers (1893-1945): Fantasie en werkelijkheid in zwart en wit.
De tentoonstelling omvat ongeveer honderd werken en geeft een goed beeld van Essers als graficus, tekenaar en portrettist.
Essers, die werd geboren in Kraksaän (Nederlands-Indië), kreeg zijn opleiding o.a. op het Royal College of Arts in London (1912-1914). Daarna legde hij zich toe op het maken van grafiek, vooral houtsnedes, waarmee hij al gauw de aandacht van kunstcritici en verzamelaars trok.
In 1919 vestigde hij zich in het kunstenaarsdorp Bergen (N-H), van waaruit hij diverse reizen naar Frankrijk en Italië maakte.
In de loop van de jaren '30 legde hij zich steeds meer toe op het maken van penseeltekeningen in inkt. Ik 1943 werd Bergen door de Duitsers geëvacueerd en werd Essers gedwongen zijn geliefde dorp te verlaten. Uiteindelijk kwam hij in Friesland terecht, waar hij enkele dagen na de bevrijding op slechts 52-jarige leeftijd in Doniawerstal overleed. |
JAN VAN HERWIJNEN, SCHILDER UIT ZELFBEHOUD

Van 11 maart t/m 15 juni 2008 is in Museum Kranenburgh, Bergen nh, de tentoonstelling Jan van Herwijnen, schilder uit zelfbehoud te zien. De kunstenaar Jan van Herwijnen (1889-1965) woonde vanaf 1936, met enkele onderbrekingen, in Bergen. In deze overzichtsexpositie wordt onder meer duidelijk hoe Van Herwijnens schilderstijl van periode tot periode kon variëren, terwijl zijn handschrift toch duidelijk herkenbaar blijft.
Kleurrijk en licht - expressief en somber
De in Delft geboren Van Herwijnen groeide op als arbeiderskind in Amsterdam. Hij was autodidact en ontwikkelde zich in een eigen richting, zonder zich aan te sluiten bij een kunstenaarsgroep. Hij wordt wel eens gemakshalve bij de groep kunstenaars van de Bergense School ingedeeld, maar dat is niet terecht. Jaren vol lichte, kleurrijke, soms ook ‘kwetsbare’ schilderijen met bloemen en stillevens werden afgewisseld door donkere stijlperioden, waarin Van Herwijnen expressieve, sombere landschappen en portretten schilderde.
Krankzinnigen en doden
In 1919 tekende de kunstenaar een serie levensgrote portretten van krankzinnigen uit de Utrechtse Willem Arntz Stichting. De jonge Jan van Herwijnen deed toen voor het eerst van zich spreken. In zijn eigen leven zou hij ook zelf te maken krijgen met psychische inzinkingen. Soms ging hij tot het uiterste van zijn kunnen. Kort na de Tweede Wereldoorlog schilderde Van Herwijnen een serie portretten van doden. Daarna moest hij herstellen van een hartinfarct. Een dergelijk voorval is tekenend voor de grote intensiteit waarmee Van Herwijnen leefde en werkte. Die innerlijke gedrevenheid spreekt nog altijd uit veel van zijn werken.

‘Volop Zomer’, schilderijen van Job Graadt van Roggen
De kunstenaar Job Graadt van Roggen (1867-1959) kwam in 1900 naar
Bergen. Hij is een voorloper van de Bergense School. In zijn lange
artistieke carrière reisde hij naar het zonnige zuiden, maar de blonde
duinen van zijn woonomgeving waren zijn belangrijkste inspiratiebron.
Bij de tentoonstelling in Museum Kranenburgh verschijnt een monografie
over de schilder geschreven door Jan Louter. Twee andere auteurs
werkten mee: het duinlandschap dat Adriaan van Dis zich herinnert uit
zijn jeugd in Bergen aan Zee staat nog dicht bij de kale stuifduinen die
Graadt van Roggen schilderde. De duinecoloog Eddy van der Maarel
gaat in op het veranderend duinlandschap in de eerste helft van de vorige
eeuw, de periode dat Graadt van Roggen in Bergen werkte.
Van Zaaien tot Maaien
"Beenderzwart, Zilverwit”.
Portretten of geen portretten? Vier Bergense kunstenaars en hun verhouding tot de menselijke natuur en het menselijke landschap. 18 maart tot en met 17 juni 2007.
Een tentoonstelling die vol portretten hangt zonder dat er ook maar één formeel portret te zien valt: dat zou de noemer kunnen zijn van de tentoonstelling van het werk van de vier kunstenaars Peter Bes, Koos Breukel, Meinbert Gozewijn van Soest en Emo Verkerk.
Bij deze vier kunstenaars is het portret eerder een middel dan een doel; het portret lijkt meer de aanleiding te zijn om de menselijke natuur te verbeelden, dan het uiterlijk van een mens. We zien wel een kop, in verf of met potlood of krijt, geëtst of gefotografeerd, maar bij het zien van het werk van deze kunstenaars ontkomen we niet aan overpeinzingen met betrekking tot het leven en de dood.
|

Emo Verkerk
Studie voor portret van Johan Bakker,
2006
olieverf op karton en hardboard
57 x 77 x 8,5 cm |
De eeuwige aantrekkingskracht van Bergen
Twee van hen komen er vandaan en de andere twee hebben er gewoond, gewerkt en of hebben een directe relatie met het dorp. Daarnaast kennen zij elkaar ook goed en onderhouden behalve collegiale banden ook vriendschappelijke banden.
Bergense School, Amsterdamse School, De Nieuwe Kring, Cobra... sinds het begin van de vorige eeuw heeft Bergen een aantrekkingskracht gehad op kunstenaars uit het hele land en ook daarbuiten. Zo werd Bergen voor hen behalve een inspirerende en mooie omgeving ook een ontmoetingsplek.
Naast de aantrekkingskracht op kunstenaars van buiten, heeft Bergen zelf ook veel kunstenaars voortgebracht. Opvallend is daarbij dat de meesten het dorp hebben verlaten om zich elders in Nederland of daarbuiten te vestigen. Je zou bijna denken dat de aantrekkingskracht voor kunstenaars búiten Bergen omgekeerd evenredig is aan het verlaten van Bergen door Bergense kunstenaars.
Voor de vier kunstenaars die Kranenburgh in de villa toont geldt in elk geval dat zij een band hebben met Bergen.
De Bewijzen van het Reizen; de Bergense School op reis in de jaren twintig.
18 maart tot en met 17 juni 2007.
Bergense kunstenaars op zoek naar nieuwe bronnen van inspiratie in het buitenland.
Vanaf de jaren twintig vonden veel schilders hun inspiratie niet langer in Bergen en omgeving. Het betreft dus de reizen die na de eerste wereldoorlog werden ondernomen, globaal gezien tussen 1920 en 1930. Zij voerden de schilders naar onder andere Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje en Joegoslavië.
Er was - kunsthistorisch gezien - veel voorafgegaan aan het ontstaan van het eigenzinnige, krachtige expressionisme dat zich in het Noord-hollandse Bergen had genesteld. En dat zich landelijk al snel de naam verwierf van De Bergense School.
Dat het ook een echte stroming was met een theoretisch fundament, is gebleken uit de vele onderzoeken die in de laatste twintig jaar door verschillende kunsthistorici werden verricht. Die leverden verrassende inzichten op. Misschien wel al te lang was deze periode in onze kunstgeschiedenis onderbelicht gebleven.
De catalogus bij de tentoonstelling zal derhalve niet alleen de reizen van het illustere gezelschap in beeld brengen, maar ook een bescheiden terugblik geven op het ontstaan van de Bergense School en haar hoogtijdagen die gebundeld kunnen worden tussen 1915 en 1925.
Omdat de eerste schilders uit de Bergense School al in 1920 naar het buitenland vertrokken, mag het geen wonder heten dat hun palet nog de kenmerken droeg van het donkere Noord-Hollandse expressionisme. Zelfs het zuidelijke licht was aanvankelijk niet in staat dat te veranderen. Pas na 1924 zouden de donkere tonen wijken voor het terugkerende licht.
Niet alle schilders uit de Bergense School konden zich de soms zeer uitgebreide reizen permitteren of hadden daar behoefte aan. Maar de meeste van hen haastten zich naar de Burgerlijke Stand. En vroegen een paspoort aan.
De reizigers onder hen waren Dirk Filarski, Leo Gestel, G.W. van Blaaderen, Elsa Berg, Mommie Schwarz, Wim Schuhmacher, Arnout Colnot en Jelle Troelstra.

MATTHEUS JOSEPHUS LAU
Deze overzichtsexpositie in de oude villa van museum Kranenburgh liet werk zien van de Schoorlse kunstenaar Thé Lau(1889 -1958). Met een diepe, geconcentreerde, haast religieuze aandacht voor zijn onderwerpen was hij als een bijna middeleeuws handwerkman geïnteresseerd in materialen en technieken. Zijn veelzijdigheid blijkt uit zowel zijn onderwerpkeuze – portretten, stillevens, landschappen en bijbelse thema’s – als uit zijn beeldende middelen: schilderijen, lino’s, litho’s sieraden, glas in lood, fresco’s en miniaturen. Lau was verbonden met de Bergense School door zijn vriendschappen met onder andere Henri ten Holt, Jaap Weijand, Charley Toorop, John Rädecker, en Kasper Niehaus. De tentoonstelling is een initiatief van de kunsthistorica Suzanne de Haan-Meuleman, die voor het eerst met Lau in contact kwam toen zij als Amsterdams meisje in de hongerwinter van 1944-45 via Lau in Schoorl onderdak vond. Haar collega-kunsthistorica Elina van Tuinen-Taselaar deed aanvullend onderzoek en is tevens de auteur van het begeleidend Kranenburgh cahier dat door de kleinzoon van de kunstenaar, Thé Lau (zanger en schrijver)bij de opening in ontvangst werd genomen.
|

IGINIO BALDERI
In de nieuwe zaal van museum Kranenburgh was werk te zien van de in 2005 overleden kunstenaar Iginio Balderi. In deze tentoonstelling wordt aandacht besteed aan zijn sculpturen, grafisch werk en tekeningen, waarin de ontwikkeling van zijn werk en de combinatie van vormen duidelijk zichtbaar is. Het beeld “Esonartece III” in de tuin van museum Kranenburgh bevat alle elementen van deze evolutie. Balderi, in 1934 geboren in Italië (Pietrasanta) heeft gestudeerd aan de academie in Florence en daarna aan de Accademia di Belle Arti di Brera in Milaan. Net afgestudeerd trok hij voor 6 maanden naar de Ecole des Beaux Arts in Parijs. Met een Nederlandse studiebeurs voor de Rijksacademie trok hij in 1962 naar Amsterdam. Daarna heeft hij behalve in Milaan, vooral de laatste jaren van zijn leven ook in Egmond aan Zee gewoond. Zijn werk is op veel plaatsen in Europa geëxposeerd. In 1964 waren de “Colonne” te zien in de tuin van het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar ook in 1974 een expositie aan zijn werk gewijd werd met de beelden D1-D7. Verder zijn deze werken o.a. te zien geweest in Milaan, Brussel en Duisburg. In 2004 en 2005 maakte zijn werk deel uit van de tentoonstellingen “Beelden in Bergen” en “Links” in museum Kranenburgh. Bij deze tentoonstelling verschijnt een catalogus in de serie Kranenburgh cahiers, geschreven door Conny van Kasteel. Zij heeft ook de tentoonstelling samengesteld. |
 |
DE NIEUWE KRING
De Nieuwe Kring ontstond in een tijd van onvrede met de moderne beschaving. Tussen 1916 en 1919 was zij gevestigd in Bergen NH. Bijzonder is dat de leden niet alleen beeldend kunstenaars waren (de schilders Henri ten Holt, Jaap Weijand, Thé Lau, Matthieu Wiegman en de beeldhouwer John Rädecker), maar dat ook een dichter (P.N. van Eyck) en een componist (Jakob van Domselaer) zich aansloten. De leiding lag echter in handen van een tweetal filosofisch ingestelde intellectuelen: de literator Charles Wijnschenk Dom en de wiskundige (en latere benedictijn) Pieter Talma. De twee filosofen woonden in een zomerhuis in het buurtschap Zanegeesten. Later in twee door henzelf ontworpen landhuizen daar, die er nog steeds zijn. De discussies over de filosofische grondslagen van de Nieuwe Kring liepen hoog op: de kunstenaars konden niet op tegen de eisen die de beide filosofen aan hun werk stelden. De laatsten stichtten een landbouwbedrijf, dat jammerlijk mislukte. In heftige onenigheid ging men uiteen. Toch bleef de vriendschap-in-onenigheid tussen de voormalige leden van de Nieuwe Kring dikwijls tot het eind van hun leven in stand. De tentoonstelling laat werk zien van deverschillende kunstenaars uit deze periode (met als hoogtepunt “De Graflegging” van Jaap Weijand), maar ook het landbouwbedrijf en aan de onderlinge relaties tussen de leden wordt aandacht besteed. De muziekfilm (zie onder) laat composities van Van Domselaer uit deze periode horen. |
KLANKSTOLLINGEN
Een film over de componist Jakob van Domselaer (1890 -1960) makers: Victor Nieuwenhuijs & Maartje Seyferth.
Producenten: Moskito Film / Do Foundation. lengte: 50 minuten Jakob van Domselaer was in het begin van de 19e eeuw bevriend met Piet Mondriaan en stond aan de wieg van de Stijlperiode. Van Domselaer componeerde toen de zeer extreme 'Proeven van Stijlkunst' voor piano. (1913-1916). In Bergen, waar hij vele jaren heeft gewoond en gewerkt is hij in 1960 onbekend en ineenzaamheid gestorven. De film geeft een beeld van zijn uitzonderlijke muziek en laat mensen aan het woord die hem goed gekend hebben. Ook geeft het een beeld van een componist die geheel zijneigenweg heeft gevolgd, ver van ontwikkelingen in de twintigste eeuwmet een verrassend resultaat. De film wil nieuwsgierigheid wekken naar het werk van Van Domselaer in samenhang met de periode waarin zijn werk ontstond. Aan het woord komen oud-leerlingen Simeon ten Holt, Nico Schuyt en Max van Alphen de Veer, oud-schoonzoon Constant, componist Dick Raaijmakers, conservator Frits Zwart en muziekjournalist Ernst Vermeulen. En natuurlijk Kees Wieringa, pianist en her-ontdekker van het werk van Van Domselaer.
zie ook: dofoundation.com/dorecords.html
|

Jakob van Domselaer, tekening van Henri ten Holt 1923 |
“BERGENSE SCHOOL, DE COLLECTIE CALPE”
Door de enthousiaste reacties van de bezoekers heeft museum Kranenburgh besloten de presentatie van werken uit de Bergense School van de Collectie Calpe tot 1 oktober te verlengen. De schilderijen zullen in een iets andere samenstelling op de benedenverdieping van het museum te zien zijn. De Collectie Calpe is ontstaan in de vorige eeuw en omvat, behalve werken uit de Bergense School, een groot aantal schilderijen van tijdgenoten van Bergense schilders. Er wordt een selectie getoond uit de kern van de Bergense School. De expositie bevat werk van de fransman Henri Le Fauconnier, Piet van Wijngaerdt, Else Berg, Mommie Schwarz, Jelle Troelstra, Arnout Colnot, Leo Gestel, Dirk Filarski, Jaap Weijand en Matthieu Wiegman. Ook van de niet-Bergense School schilder Harrie Kuijten is werk te zien dat grote verwantschap vertoont met de Bergense School. Een fraai kubistisch werk van Adriaan Lubbers uit 1924 completeert de selectie, waarvan elke liefhebber van de Bergense School zal genieten. |
|

"Dirk Oudes, volstrekt eigenwijs"
26 februari t/m 14 mei 2006
Het komt niet vaak voor dat iemand als kunstenaar een bijzonder oeuvre tot stand brengt dat tijdens zijn leven voor het grotere publiek vrijwel verborgen blijft.
Dirk Oudes (Alkmaar 1895-Oudorp 1969) ging in de vroege jaren dertig schilderen en tekenen. Hij werd lid van de Alkmaarse Vereniging Doorwerken. Met anderen trok hij op zondagen de polder in om het verre uitzicht en het boerenleven te tekenen. Oudes had een goed oog voor anekdotes. In zijn tekeningen en kleine schilderijen staat vaak de hechte relatie tussen mens en dier centraal. In 1937 had hij zijn eerste tentoonstelling in de WICO Studio in Alkmaar. In 1939 kwam zijn werk onder de aandacht van de befaamde galerie van Jeanne Bucher in Parijs.
Na de Tweede Wereldoorlog ging Oudes met zijn tijd mee. Korte tijd onderhield hij nauwe banden met de latere Cobraschilder Constant Nieuwenhuys. Hij was bevriend met jongeren zoals Jaap Kuyper en Piet Stenneberg. Het werk van Picasso inspireerde hem tot experimenten met kubistische en expressionistische vormen. Door alle invloeden heen bleef hij echter zijn eigen keuzes maken. Bevriende kunstenaars zagen dat zijn werk boven de middelmaat uitstak. Zij nodigden hem uit mee te doen aan een exposities, waarvan die met kunstenaarsvereniging De Keerkring in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1955 het hoogtepunt vormde. Ook kunsthandel Leffelaar in Haarlem, Genootschap Kunstliefde in Utrecht en het Kunstenaarscentrum Bergen toonden zijn schilderijen.
Museum Kranenburgh toont een overzicht van zijn schilderijen waarin de ontwikkeling die hij als kunstenaar heeft gemaakt duidelijk terug te zien is. Ook zullen enkele schetsboeken te zien zijn. Bij de tentoonstelling verschijnt de monografie over Dirk Oudes, geschreven door Rob Smolders en uitgegeven door de stichting Dirk en Jaap Oudes www.dirkenjaapoudes.nl.
Ark van Noah, zonder jaartal, olieverf op paneel, 40 x 46,5 cm
|

Haven van Enkhuizen, Zonder jaartal, Olieverf
47,5 x 42,5 cm |

Boer met geit, Zonder jaartal, Olieverf, 27 x 42 cm |

Landschap met witte wolk, Zonder jaartal, Olieverf,
37,5 x 32 cm |

Wandelaars, Zonder jaartal, Olieverf, 47,5 x 45,5 cm |

Vlaggende boer met koeien |
PARK MEERWIJK: Manifest van de Amsterdamse School
1 oktober 2005 tot en met 12 februari 2006

Park Meerwijk in Bergen NH kan worden beschouwd als hét manifest in steen van de toen onbekende (en ook vaak onbeminde) nieuwe stroming in de architectuur: de Amsterdamse School. Het park bestaat uit zeventien villa's, allen gebouwd door vooraanstaande architecten: Frits Staal, Piet Kramer, Margaret Kropholler, G.F. la Croix, en C.J. Blaauw.
Het geheel is één van de meest bijzondere projecten uit de Nederlandse architectuurgeschiedenis. De tegelhandelaar Arnold Heystee gaf opdracht aan architect Staal (die ook Heystee's showroom aan de Regulierssdwarstraat in Amsterdam had ontworpen) om samen met architecten van zijn keuze geheel naar eigen inzicht de villa's op een door hem aangekocht stuk bosgrond in Bergen te bouwen.
Op 24 september 1918 werd het villapark geopend voor het publiek, ingeleid door een persconferentie, als gold het een tentoonstelling. Bij die opening verscheen een afzonderlijk nummer van het befaamde tijdschrift Wendingen met foto's van de huizen door Bernard Eilers. In enkele huizen werden schilderijen tentoongesteld van de toen moderne kunstenaarsgroep Het Signaal, met werken van onder anderen Le Fauconnier, Piet van Wijngaerdt en Charley Toorop. Het resultaat van die opdracht was indertijd zo opzienbarend en ook zo controversieel dat zich een uitgebreide polemiek ontspon in de vaderlandse pers.
Er verschijnt eindelijk de lang verwachte monografie over dit bijzondere bouwproject, geschreven door Eline van Leeuwen en Erik Mattie, uitgegeven bij uitgeverij SUN in Amsterdam (zie ook het persbericht van deze publicatie).
Het thema Meerwijk leent zich, met als uitgangspunt de monografie, uitzonderlijk goed voor een mooie architectuurtentoonstelling: niet alleen is het tekeningenarchief van deze opdracht vrijwel geheel bewaard, ook de foto's van Bernard Eilers zijn beschikbaar, De bekende fotograaf Theo Baart, gespecialiseerd in interieurfotografie, heeft onlangs prachtige opnamen gemaakt van de nog bewaarde interieurs van de belangrijkste huizen: de beste daarvan komen uitvergroot in de tentoonstelling. Bovendien kan de schilderijententoonstelling worden gereconstrueerd en gecombineerd met meubels van architecten van de Amsterdamse school die aan Park Meerwijk hebben meegewerkt.
Park Meerwijk was in hoge mate het project van een mecenas, Arnold Heystee: het was altijd zijn bedoeling de kunsten te steunen. In de loop der jaren zijn verschillende huizen bewoond door kunstenaars, onder anderen Le Fauconnier en zijn vrouw, Henri ten Holt en Filarski.
Ook enkele nog levende kunstenaars, zoals Harald Vlugt, zijn in Meerwijk opgevoed. Het is de bedoeling van al deze kunstenaars werk te tonen, zodat duidelijk wordt dat Park Meerwijk in veel opzichten een biotoop van de kunst is geweest en nog steeds is.
Dit project is mede tot stand gekomen met financiele steun van bouwfonds Cultuurfonds en BRTArchitecten.
Villa "De Ster" in het Park Meerwijk
Kleurenfoto, Henk Jellema, 1996
Een van de mooiste villa's, gelegen op de hoek van de Meerweg en de Lijtweg en ontworpen door de architect C.J. Blaauw. Oorspronkelijke naam Villa Meerhoek.
Villa "De Ark" in het Park Meerwijk
Voorzijde van villa "De Ark'in het Park Meerwijk
Kleurenfoto, Henk Jellema, 2004
In 2004 kwam de restauratie van "De Ark', ontworpen door J.F. Staal, gereed.
Kenmerkend voor deze villa is het creatieve gebruik van baksteen; let vooral ook op het bijbehorende tuinhuisje met rieten dak.
Villa "De Bark" in het Park Meerwijk
Zwart-wit foto, Johan Schilstra, 1980 prive bezit
Deze met riet gedekte villa, ontworpen door J.F. Staal, vormt met het tuinhuisje van "De Ark" de entree tot het park. Deze foto is mede opgenomen vanwege het (nog) ontbreken van de hoge heg bij de woning.
Villa "Meezennest" in het Park Meerwijk
Zwart-wit foto, B. Eilers, 1918 Nfa, Rotterdam
Ruggelings gekoppelde huizen met een spiegelbeeldige plattegrond, "Villa Meerlhuis" op het noorden en "Meezennest" op het zuiden.
Interieurfoto Villa "Beek en Bosch"
Kleurenfoto Theo Baart
25 januari t/m 12 februari 2006.GeertJan van Meurs werkt met organische vormen, ribbels op het strand. De zee is zijn onderwerp; golfbewegingen in steen, hout en op papier, zodat het ademt.
In 1940 ging hij bij Ties Egge Allersma in Haren (Groningen) op tekenles. Behalve tekenen leerde hij ook allerlei andere technieken beheersen. Tijdens zijn studie Nederlands in Groningen werd hij lid van een studenten tekengenootschap. Ook werd hij een tijdje lid van “De Ploeg”. In Den Haag werd hij in zijn diensttijd tekenaar bij de Leger Voorlichtingsdienst. In de avonduren tekende hij model bij Meyer net als later op de Vrije Academie en op de Academie Julian in Parijs. Hij maakte veel kinderportretten en stillevens. Inmiddels staat zijn atelier al meer dan 50 jaar aan zee. Zoals Henri ten Holt heel vaak de boom schilderde voor zijn atelier, zo is de zee voor GeertJan een inspiratiebron.
Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag wordt GeertJan van Meurs in Museum Kranenburgh geëerd met een kleine presentatie.
Golf, albast

Jaap Mooy: “Der Mensch braucht das Bild”
Tentoonstelling 4 juni t/m 18 september 2005
Museum Kranenburgh zal deze zomer bevolkt worden door de beelden,
kastjes, schilderijen, tekeningen en collages die het veelzijdige
oeuvre van schilder-tekenaar-beeldhouwer Jaap Mooy (Bergen 1915-1987
Bergen) vertegenwoordigen. De werken zijn afkomstig uit de omvangrijke
collectie van de Heerlense orthopedisch schoenenfabrikant Jacques
Defauwes, die goed bevriend was met Mooy. Defauwes is zich met een
enorm enthousiasme blijven verdiepen in het werk van de kunstenaar,
dat in zijn huis in Heerlen een prachtige plaats heeft gekregen.
De selectie uit deze bijzondere collectie, omvat de hele periode
van Jaap Mooys werkzame leven. In het werk doemt regelmatig het
mensbeeld op, het wordt gekenmerkt door een grote eerlijkheid, rauwheid
én poëzie, humor en bovenal diversiteit in stijlen en
technieken. Extra aandacht zal worden geschonken aan de series late
tekeningen van vrouwelijke naakten.
‘Der Mensch braucht das Bild’ is een tekst door kunstenaar
Jaap Mooy zelf aangebracht in een van de meest chaotische collages
die hij maakte. Hij was zich er altijd zeer van bewust dat de mens
aan een overvloed van beelden is blootgesteld, beelden die gevoelens
en gedachten oproepen die bewust of onbewust worden opgeslagen in
ons geheugen. Mooy stimuleerde de bewustwording van de absurditeit
van deze stortvloed van beelden en van het menselijk handelen. Hij
probeerde hierin – bijvoorbeeld door middel van chaos, maar
ook door uiterste verstilling - ordening of ijkpunten aan te brengen.
In de vroege jaren liet autodidact en Bergenaar Jaap Mooy zich
inspireren door Hans Arp. Hij maakte fel gekleurde reliëfs
met holle, bolle en vloeiende vormen, die verwijzen naar de natuur.
In de oorlogsjaren werd hij in het kader van de Arbeitseinsatz tewerkgesteld
bij het puinruimen van het gebombardeerde Bremen. Deze ervaring
tekende zijn verdere leven en zijn werk; hij zou zich altijd blijven
opwerpen voor de slachtoffers en tegen de wereldlijke en kerkelijke
machthebbers.
In zijn schilderijen werkte Mooy aanvankelijk in een trant die
verwant was aan het werk van de experimentele groep dichters en
schilders (de latere CoBrA-groep) zoals Corneille, Appel, maar vooral
dorpsgenoot Lucebert. Ook maakte hij sinds de jaren vijftig vele
aan het surrealisme en het dadaïsme verwante fotocollages en
‘kijkkastjes’: wonderlijke creaties, waarbij allerlei
‘rotzooi’ als veren, radertjes, wijzerplaten, horloges
e.d werden samenbracht.
In 1956 ging Mooy over op het maken van sculpturen. Velen kennen
hem van zijn zogenaamde ‘schrootbeelden’ (1956-1964).
Hij bezocht daarvoor autosloperijen en de schrootbergen van de Hoogovens,
die voor hem een enorme hoeveelheid nieuwe mogelijkheden boden.
Het afval van de industrie en de consumptiemaatschappij laste hij
aaneen tot imponerende, soms haast dreigende, constructies. Hiermee
brak hij definitief met de academische traditie van het beeldhouwen.
Ook maakte Mooy in de periode 1956-1965 reeksen tekeningen in inkt,
die zijn beelden als het ware begeleiden.
Vanaf 1965 onstond werk van een geheel andere aard: grote, koele,
geometrische vormen, waarmee hij aansloot bij de nieuwe ontwikkelingen
in de kunst van die periode. Het beeld dat in het Bergense Oranjeplantsoen
staat is afkomstig uit een ingetogener periode in het oeuvre van
Mooy, die zich in de jaren zeventig verdiepte in een gestileerde
en elementaire abstractie. In de laatste jaren keerde Mooy weer
terug naar het expressionisme en het figuratieve.
BRONNEN
Bergen, de Bergense School en
de Berger Scholengemeenschap
Tentoonstelling 20 februari-2005 - 22 mei 2005
Samenwerkingsproject van Museum Kranenburgh met de Berger
Scholengemeenschap
Als we aan Bergen denken, denken we direct aan de kunstenaars die
vanaf 1900 in dit mooie dorp hebben gewerkt. Voor de schilders van
de Bergense School, maar ook voor Charley Toorop, Lucebert en Edgar
Fernhout vormden de omgeving en de rust een bron voor hun werk.
Bergen, als plek een bron op zich, bezat een geschiedenis die een
nieuwe bron genereerde: De Berger Scholengemeenschap. De BSG was
een van de eerste scholen in Nederland die 'de kunsten' tot eindexamenvak
verhief. De culturele omgeving was voor talloze aspirerende, zeer
jonge kunstenaars voldoende reden om zich als leerling op deze cultuurschool
aan te melden. Sommigen kwamen uit het dorp, maar anderen trotseerden
dagelijks een fietstocht van tientallen kilometers om deze 'school
der kunsten' te bereiken, een school die gelooft in kunst als beroep.
Voor velen vormde de BSG de toegangspoort tot academies of designopleidingen,
waar ze verder begeleid werden in hun carrière. Bekende namen als
fotografe Hellen van Meene met haar controversiële portretten, juwelenontwerpster
Loukie Heintzberger, die als ontwerpster voor De Beers in Londen
werkt, modeontwerper Aico Dinkla en schrijfster Ceciel de Bie die
de Zilveren Griffel ontving voor haar kinderboek over Vincent van
Gogh, volgden deze weg. Nog steeds zijn talloze jongere kunstenaars
bezig naam te verwerven.
Museum Kranenburgh en de BSG delen de visie dat kunst van groot
belang is voor de vorming van jonge mensen, of het nu gaat om kijken
of scheppen. Vanuit deze basis ontstonden de vier onderdelen van
het samenwerkingsproject, waarbij de samenhang tussen geschiedenis,
locatie en onderwijs als bron diende:

Museum Kranenburgh exposeert werk van oud-leerlingen van
de BSG. Uit het brede arsenaal aan ex-leerlingen kon een
spannende en kwalitatief hoogstaande tentoonstelling samengesteld
worden. In deze afwisselende expositie hebben, geheel in de culturele
traditie van Bergen, zowel de beeldende kunsten, toegepaste kunsten,
muziek en literatuur een plaats. Museum en school tonen samen aan
dat de combinatie van een dorp, haar geschiedenis en zijn school
gezamenlijk een bron van werkelijke goede kunst kunnen vormen.
Voorts wordt in Kranenburgh de historische bron gemarkeerd door
een aantal werken uit de 'Bergense School'. Daarbij
is gekozen voor schilderijen die markante plekken in Bergen voorstellen
zoals De Boerderij van Rampen van Matthieu Wiegman (1928) en Het
Oude Hof dat door Else Berg, Jan van Herwijnen en Jaap Min is vereeuwigd.

Bezoekers kunnen een kunst-wandelroute lopen tussen
Museum Kranenburgh en de Berger Scholengemeenschap. Het parcours
voert langs deze markante kunsthistorische en architecturale Bergense
plekken en laat naast het dorp als bron voor de klassiek moderne
kunst ook zien hoe het, tezamen met zijn mooie omgeving, inspirerend
is voor de toekomstige kunstenaars van de BSG.
Tot slot wordt werk van huidige bovenbouw-leerlingen
in de school geëxposeerd. Bergen was en is blijkbaar een plek waar
het kunstenaarschap 'uit het ei' komt. Zo kan het kunstenaarschap
al op een middelbare school zichtbaar worden.
Twee publicaties begeleiden
het project. Behalve een catalogus van de tentoonstelling in Museum
Kranenburgh wordt ook de wandelroute langs 'de bronnen' in een separate
uitgave opgenomen.
De Berger Scholengemeenschap
is geopend van di. t/m vrij. Van 13.00-17.00 en zo. Van 14.00-17.00
(info 072-5894118, Hr. Wilcke). Hun website is http://www.berger-sg.nl/
Overzicht tentoonstellingen
Museum Kranenburgh heeft van 1993 tot en met heden meer dan 40 tentoonstellingen aan haar publiek getoond. Hieronder treft u een overzicht van deze tentoonstellingen. Wilt u meer weten over de tentoonstelling, klikt u op de titel van de tentoonstelling of cahier en het bijbehorende persbericht verschijnt.
25 februari 2006 t/m 28 mei 2006 |
Dirk Oudes, volstrekt eigenwijs
Monografie : Dirk Oudes
Uitgever: Stichting Dirk en Jaap Oudes
|
1 oktober 2005 t/m 12 februari 2006 |
Villapark te Bergen, manifest van de Amsterdamse School
Monografie : Park Meerwijk
Uitgeverij Sun
|
4 juni 2005 t/m 18 september 2005 |
Jaap Mooij, Der Mensch braucht das Bild
|
20 februari 2005 t/m 22 mei 2005 |
Bronnen, Bergen, de Bergense School en de Berger Scholengemeenschap
cahier : 15 - Bronnen
16 – wandelroute
|
25 september 2004 t/m 6 februari 2005 |
Links, links tussen hedendaagse kunst en Bergense School
|
10 april 2004 t/m 12 september 2004 |
Stedelijk logeert in Bergen, Van Wiegman tot Willink; De Bergense school en tijdgenoten
|
30 november 2003 t/m 28 maart 2004 |
Beelden in Bergen
|
22 oktober 2003 t/m 18 januari 2004 |
Piet Wiegman, een veelzijdig kunstenaar
Monografie : Piet Wiegman
Uitgever: De Doelenpers
|
15 juni 2003 t/m 12 oktober 2003 |
Dirk Breed, een levenswerk
cahier : 14 - Dirk Breed
|
15 maart 2003 t/m 8 juni 2003 |
Ali Goubitz
|
17 oktober 2002 t/m 2 maart 2003 |
Vervalsingen (?) in de Bergense School
cahier : 13 - Vervalsingen (?)
|
18 mei 2002 t/m 6 oktober 2002 |
Gestel in Bergen
|
6 oktober 2001 t/m 5 mei 2002 |
Het Noord-Hollands Landschap als Bron van Inspiratie
|
24 mei 2001 t/m 23 september 2001 |
Verborgen Schatten, Bergense School uit part.bezit
cahier : 12 - Bergen over Bergen
|
20 januari 2001 t/m 13 mei 2001 |
David Kouwenaar, een portret
cahier : Versjes en video
|
20 oktober 2000 t/m 12 januari 2001 |
Besnyo in Bergen
|
30 september 2000 t/m 12 januari 2001 |
Bergense School in Focus een keuze uit eigen collect
cahier : 11 - Bergense School in Focus
|
20 mei 2000 t/m 22 september 2000 |
De Passage Vlaamse kunstenaars in Nederland
cahier : 10 - De Passage
|
22 januari 2000 t/m 5 mei 2000 |
De eerste kunstenaars in Bergen (NH) rond 1900
cahier : 09 - De eerste kunstenaars
|
25 september 1999 t/m 16 januari 2000 |
Kunstnijverheid in de stljl van/Familie Bogtman
cahier : 08 – Bogtman
|
15 mei 1999 t/m 19 september 1999 |
De Ploeg in Bergen, de keuze van Henk van Os
cahier : 07 - De Ploeg
|
16 januari 1999 t/m 9 mei 1999 |
Germ de Jong
cahier : 06 - Germ de Jong
|
12 september 1998 t/m 10 januari 1999 |
Henri ten Holt
cahier : 05 - Henri ten Holt
|
25 april 1998 t/m 6 september 1998 |
Piet Wiegman, een veelzijdig kunstenaar
cahier : 04 - Piet Wiegman
|
10 april 1998 t/m 19 april 1998 |
Vrouw en Arbeid, 100 jaar Bergense kuntenaressen
|
4 oktober 1997 t/m 4 januari 1998 |
KCB 50 jaar - werk van de eerste leden
|
4 oktober 1997 t/m 4 januari 1998 |
Adriaan Roland Holst
|
17 mei 1997 t/m 28 september 1997 |
De collectie Boendermaker
|
18 januari 1997 t/m 11 mei 1997 |
Bouwkunst in Bergen en Bergen aan Zee 1900-1940
cahier : 03 - Bouwkunst in Bergen ( herdruk 2003)
|
5 oktober 1996 t/m 12 januari 1997 |
Figuratief expressionisme - een keuze uit part.bezit
|
11 mei 1996 t/m 29 september 1996 |
Dirk H.W. Filarski
cahier : 02 - Dirk Herman Filarski
|
1 mei 1996 t/m 30 september 1996 |
Zomermanifestatie 'Groeten uit Bergen'
|
27 januari 1996 t/m 5 mei 1996 |
Gerrit W. van Blaaderen
cahier : 01 - Gerrit Willem van Blaaderen
|
20 oktober 1995 t/m 15 januari 1996 |
Kunsttiendaagse Leo Gestel
|
2 september 1995 t/m 14 januari 1996 |
Dubbeltentoonstelling Jaap Min en Dirk Trap
|
1 september 1995 t/m 15 januari 1996 |
Niets om het lijf
|
20 mei 1995 t/m 27 augustus 1995 |
Zij waren anders
|
28 januari 1995 t/m 23 april 1995 |
Lucebert, een eerbetoon
|
1 oktober 1994 t/m 22 januari 1995 |
Drie voor een
|
30 april 1994 t/m 25 september 1994 |
De Maaltijd der Vrienden
|
26 februari 1994 t/m 17 april 1994 |
Bergen maakt school - werk uit particulier bezit
|
22 januari 1994 t/m 20 februari 1994 |
Kamerschermen
|
11 september 1993 t/m 16 januari 1994 |
Harrie Kuijten als figuurschilder |
30 april 1993 t/m 5 september 1993 |
Rond het Oude Hof
|
Samenvattingen Kranenburgh Cahiers
01 Cahier Gerrit van Blaaderen.doc
03 Cahier Bouwkunst in Bergen.doc
04 Cahier Piet Wiegman.doc
05 Cahier Henri ten Holt.doc
06 Cahier Germ de Jong.doc
07 Cahier De Ploeg in Bergen.doc
08 Cahier kunstnijverheid.doc
09 Cahier de eerste kunstenaars.doc
10 Cahier de passage.doc
11 Cahier Bergense School in Focus.doc
12 Cahier Bergen over Bergen.doc
13 Cahier vervalsingen.doc
14 Cahier Dirk Breed.doc
15 Cahier links!.doc
16 Cahier bronnen.doc
Cahier Dirk Oudes.doc
Cahier kunstwandelroute.doc
Cahier monografie Piet Wiegman.doc
Cahier tent.cat. Gestel in Bergen.doc
Terug naar boven |
|